Wie bepaalt de agenda van de ava?

Aandeelhoudersvergadering
Boskalis versus Fugro

Waar eindigt de bevoegdheid van de algemene vergadering van aandeelhouders? En wie bepaalt de agenda? Een bespiegeling door Maarten Appels, toegevoegd notaris bij Van Doorne, aan de hand van onder meer de Boskalis/Fugro-zaak.

Stel: u bent commissaris van een vennootschap waarbij de relatie tussen een aandeelhouder en de vennootschap al enige tijd gespannen is. Er bestaat verschil van inzicht over de te voeren strategie. Een maand voor de geplande algemene vergadering verzoekt de aandeelhouder de vennootschap om een besluit dat strekt tot wijziging van de strategie te agenderen en dit besluit tijdens de algemene vergadering in stemming te brengen als motie (niet-bindend). Het bestuur stelt u op de hoogte van het ontvangen voorstel en wendt zich tot u en de overige leden van de raad van commissarissen voor beraad. Dient de vennootschap dit voorstel te agenderen?

Bevoegdheid tot agendering

Op grond van de wet geldt voor een BV dat een onderwerp, waarvan de behandeling schriftelijk is verzocht door één of meer houders van aandelen die alleen of gezamenlijk ten minste een één procent het geplaatste kapitaal vertegenwoordigen (voor een NV geldt een drempel van ten minste 3%), wordt opgenomen in de oproeping indien de vennootschap het verzoek niet later dan op de dertigste dag voor die van de vergadering (voor de NV geldt een periode van 60 dagen) heeft ontvangen en mits geen zwaarwichtig belang van de vennootschap zich daartegen verzet. De weigeringsgrond 'mits geen zwaarwichtig belang van de vennootschap zich daartegen verzet' is niet van toepassing op een naamloze vennootschap.

Boskalis vs Fugro

De advocaat-generaal van de Hoge Raad is onlangs ingegaan op bovenstaande problematiek inzake Boskalis versus Fugro waar het ging om de vraag of Boskalis een stemming op de aandeelhoudersvergadering over de ontmanteling van een constructie die Fugro tegen een overname beschermt, kan afdwingen. Boskalis en Fugro waren het er over eens dat dit onderwerp niet tot de bevoegdheid van de aandeelhoudersvergadering behoort, dit is immers een aangelegenheid die behoort tot de bevoegdheden van het van bestuur. Het geschilpunt ging om de vraag of Boskalis Fugro kon dwingen het bespreken van het onderwerp op de vergadering af te ronden met een stemming over het onderwerp. Deze stemming zou niet bindend zijn maar het karakter hebben van een aanbeveling. De advocaat generaal heeft geoordeeld dat er geen verplichting bestaat voor het bestuur tot het agenderen van een stemming over een onderwerp dat niet tot de bevoegdheid van de aandeelhoudersvergadering behoort. Dat de stemming een niet bindend karakter heeft (motie) maakt dit anders.

Beperkingen op het wettelijk agenderingsrecht

De conclusie van de advocaat-generaal gaat weliswaar op de verhoudingen binnen een beursgenoteerde NV maar er kan wel degelijk in breder verband lering uit worden getrokken. Het ziet immers op de verdeling van bevoegdheden binnen de rechtspersoon en meer in het bijzonder de bestuursautonomie: waar eindigt de bevoegdheid van de algemene vergadering? Als we de conclusie van de advocaat-generaal nader beschouwen dan komen we tot de volgende slotsom:

1. Het bestuur en de raad van commissarissen stellen de agenda van de aandeelhoudersvergadering vast.

2. In beginsel kunnen alle door de agenderingsbevoegde aandeelhouder gewenste onderwerpen op de agenda worden geplaatst, maar daarover kan geen stemming worden afgedwongen als de algemene vergadering geen besluitvormingsbevoegdheid ten aanzien van het desbetreffende onderwerp heeft.

3. Voor zover het gaat om de behandeling op de aandeelhoudersvergadering van een aangelegenheid die behoort tot de bevoegdheid van het bestuur, dan kunnen het bestuur en de raad van commissarissen op grond van hun bevoegdheid tot vaststelling van de agenda van de aandeelhoudersvergadering bepalen hoe het desbetreffende agendapunt op de aandeelhoudersvergadering wordt behandeld.

4. Het bestuur en de raad van commissarissen bepalen in principe hoe het door de aandeelhouders aangedragen onderwerp in de agenda wordt geformuleerd, er bestaat geen wettelijke verplichting om de door de aandeelhouder aangeleverde tekst van het verzoek of het betreffende voorstel voor een besluit als letterlijke formulering van het onderwerp in de agenda op te nemen.

Verhoudingen

Terug naar de in de inleiding beschreven casus. Is de vennootschap gehouden het door de aandeelhouder aangedragen agendapunt op de agenda te plaatsen?

Voorstel waarbij de algemene vergadering geen besluitvormingsbevoegdheid heeft.

De te volgen strategie is in beginsel een aangelegenheid van het bestuur en het is dus aan het bestuur, onder toezicht van de raad van commissarissen, om te beoordelen of, en in hoeverre, het wenselijk is daarover in overleg te treden met haar aandeelhouders. Het bestuur is derhalve niet gehouden om het voorstel van deze aandeelhouder op de agenda te plaatsen, strategie is aangelegenheid die behoort tot het bestuursdomein. Een agenderingsbevoegde aandeelhouder kan derhalve niet afdwingen dat een dergelijk voorstel in stemming wordt gebracht ook al is de uitkomst van de stemming van de stemming niet bindend (een motie).

Voorstel waarbij de algemene vergadering wel besluitvormingsbevoegdheid heeft.

We veranderen de casus enigszins. Wat nu als deze agenderingsbevoegde aandeelhouder het bestuur verzoekt om een besluit toe te voegen aan de agenda waartoe zij wel bevoegd is? Men denkt dan aan een voorstel tot wijziging van de statuten waarbij de bestuursautonomie drastisch wordt beperkt waardoor het bestuur en de raad van commissarissen voorzien ernstig wordt beperkt in de uitoefening van hun wettelijke taak? In dat geval hebben het bestuur en de raad van commissarissen van een besloten vennootschap altijd nog de mogelijkheid te stellen dat een zwaarwichtig belang van de vennootschap zich tegen dit verzoek verzet. Voor een naamloze vennootschap geldt dat het bestuur en de raad van commissarissen de mogelijkheid hebben om in dergelijke uitzonderlijke gevallen agendering van een onderwerp te weigeren op grond van de redelijkheid en billijkheid van artikel 2:8 BW. Het zal dan uiteindelijk aan de rechter zijn om te oordelen of het belang van de vennootschap (effectief management ter uitvoering van de strategie) in de gegeven omstandigheden zwaarder weegt dan het belang van een aandeelhouder (onbeperkte uitoefening van zeggenschapsrechten) dan wel of het verzoek in strijd is met de redelijkheid en billijkheid die de bij de vennootschap betrokkenen tegenover de rechtspersoon in acht dienen te nemen.

Lees hier de uitspraak in de Boskalis zaak.

Auteur(s)
Maarten Appels (Van Doorne)
Dit artikel is gepubliceerd in
GU2018apr

Nationaal Register

Jan van Nassaustraat 93
2596 BR Den Haag
T 070-324 30 91
info@nationaalregister.nl

Klik hier voor ons Privacybeleid.

Governance Update nieuwsbrief

Volg ons